Met drie schepen –de Nina, de Pinta en de Santa Maria– en 88 bemanningsleden, vaart Columbus op 3 augustus 1492 uit. De schepen lijken veel op een Spaans karveel, een schip dat in die tijd in gebruik is voor de handel in de Middellandse Zee en voor kustreizen op de Atlantische Oceaan. De Santa Maria, het vlaggenschip waar Columbus op vaart, is een trage, logge, houten vrachtboot. De boot weegt ongeveer 202 ton, heeft een lengte van 23,5 meter en een breedte van 7,29 meter.

De vloot arriveert op 12 oktober 1492 op één van de Bahama Eilanden. De Santa Maria vaart op 5 december op een rif bij Hispaniola (nu de Dominicaanse Republiek) en is totaal verloren. In januari 1493 gaat Columbus met twee schepen terug naar Spanje. Op de terugreis hebben ze te kampen met erg veel zware stormen, maar eindelijk in april 1493 komt hij weer in Spanje terug.

klik hier om het venster te sluiten